R. pseudoargenteus H.E.Weber

 

Rubus pseudoargenteus H.E.Weber

 

 

Bladloot hoog boogvormig, 5-10 mm dik, kantig, met vlakke of gegroefde zijden, donker paarsrood, soms iets berijpt, dicht afstaand behaard met sterharen. Stekels donker paarsrood met gele spits, 4-8 per internodium, uit 5-7(-9) mm brede voet snel versmald, afgeplat, slank, afstaand of iets teruggericht, soms iets gebogen, 6-9 mm lang. Steunblaadjes lijnvormig of smal lancetvormig, 10-12 mm lang. Bladsteel 6-9 cm lang, even lang als tot iets langer dan de onderste zijblaadjes met aanliggende sterharen en lange afstaande haren, en 7-15 gebogen tot haakvormige grotere stekels. Bladeren hand- of iets voetvormig 5-tallig, aan de bovenzijde zwak tot matig behaard, aan de onderzijde dicht zacht behaard, en grijs- tot witviltig, met gegolfde rand. Tanding middelmatig, iets periodisch, vaak met iets uitstaande tanden. Topblaadje 60-80(-92) mm, breed (omgekeerd) eirond elliptisch of ruitvormig, met versmalde, afgeronde, uitgerande of zwak hartvormige voet, vrij geleidelijk tot vrij plotseling kort tot matig lang toegespitst; breedte 58-80% van de lengte; lengte van het steeltjes 28-50% van de lengte van het blaadje. Onderste zijblaadjes 2-5 mm lang gesteeld.

 

Bloeitak kantig, viltig en dicht afstaand behaard. Stekels 3-7 per internodium, met 2-5 mm brede voet, slank, teruggericht, recht, licht gebogen of bij de basis geknikt, 5-7(-8) mm lang. Bloeiwijze piramidaal of cilindrisch, tot het midden of hoger doorbladerd, dicht lang behaard en viltig, met matig sterke stekels. Zijtakken opstijgend, boven het midden gedeeld, tot 3-12-bloemig. Bloemsteeltjes 6-11 mm lang, viltig en afstaand behaard, soms met enkele vrijwel zittende klieren en 2-5 stekels. Kelkslippen viltig en afstaand behaard, teruggeslagen, met 0(-2) stekels. Kroonbladen licht tot helder roze, (matig) breed elliptisch tot omgekeerd eirond, 10-13 mm lang. Meeldraden langer dan de stijlen. Stijlen geel groen, vaak met roze voet. Helmhokken kaal. Vruchtbeginsels kaal. Vruchtbodem kaal of zwak behaard. Eind juni tot begin augustus.

Ecol.: rivieroevers dijken, lichte bossen.

Verspreiding: langs de Rijn waarschijnlijk aangevoerd door het water vanuit het Midden-Rijngebied. Elders aangevoerd met stenen voor dijkversterking of houtstrooisel.