R. edentulus A.Beek & Meijer

Rubus edentulus A.Beek & Meijer

Gorteria 40: 66 (2018)

Holotype: L, A. van de Beek 2016.01, Veenendaal, tuin Petenbos 8, overgeplant van Epen, Onderste Bos, bosrand bij eind van pad tegenover Schweibergerweg, 19.06.2016.

Bladloot van met af aan neerliggend, stompkantig, 2-7 mm dik, (vrijwel) kaal, met talrijke (meer dan 200 per internodium) zeer ongelijke bleke of ion de zon bruine klieren en klierstekels overgaand in de gewone stekels; deze 4-15 per internodium, naaldvormig of bij forse planten soms priemvormig met enigszins afgeplatte voet, scherp terug gericht, soms licht gebogen, de langste 3-5 mm. Steunblaadjes klein, 4-7 mm lang, draad- of lijnvormig, 7-11 van de voet van de bladsteel. Bladsteel 3,5-8 cm lang, matig aanliggend en afstaand behaard, met talrijke ongelijke klieren en klierstekels en 3-9 terug gerichte of gebogen grotere stekels. Bladeren dofgroen, 3-tallig, aan de bovenzijde kaal of met verspreide (0-12 per cm2) haren, aan de onderzijde vooral op de nerven voelbaar zwak tot vrij dicht behaard. Bladtanding zeer fijn, ondiep, iets onregelmatig. Topblaadje 66-120 mm lang, smal eirond, elliptisch tot omgekeerd eirond, met uitgerande of smal hartvormige voet, geleidelijk tot vrij plotseling kort toegespitst of spits; breedte 52-73% van de lengte. Lengte van het steeltje 19-40% van de lengte van het blaadje.
Bloeitak in jonge toestand groen, in volgroeide toestand kantig, dicht verward behaard, met zeer  talrijke ongelijke bleke klieren en klierstekels en enkele nauwelijks te onderscheiden tot 2 mm lange naaldstekels. Bloeiwijze bladloos of alleen aan de voet bebladerd, kort piramidaal, meestal afgeknot, samengesteld trosvormig, onderste takken met 2-14 bloemen. Takken afstaand of de onderste iets opgericht, ver onder het midden gedeeld of gebundeld. Bladeren aan de bovenzijde vrij dicht (100-50 haren per cm2) , aan de onderzijde zacht behaard. Bloemsteeltjes dun, 6-22 mm lang, dicht viltig en afstaand ruig behaard, met zeer talrijke bleke of in de zon bruine ongelijke klieren (de langste tot 2 maal zolang als de doorsnede van het steeltje) en klierstekeltjes overgaand in 2-7 fijne naaldstekels. Kelkslippen hol, grijs- of groengrijsviltig en afstaand ruig behaard met talrijke ongelijke klieren en klierstekeltjes, na de bloei opgericht, kort toegespitst. Kroonbladen wit, klein, elliptisch of omgekeerd eirond, 9,5-11,5 x 4,0-5,5 mm lang. Meeldraden korter dan of even lang als de groene stijlen. Helmhokken kaal. Vruchtbeginsels vooral aan de top behaard. Vruchtbodem dicht behaard.

Oec.: Oude humusrijke bossen.

Verspreiding: Zuid-Limburg; Belgische Ardennen

Nederland: Alleen in Zuid-Limburg.