Staande Braam. Subsectie Rubus

Bladloot rechtopstaand, aan de top gewoonlijk in de herfst niet wortelend; planten vaak met wortelopslag; kelkslippen groenachtig met scherp afgescheiden witte rand; bladeren in de herfst afvallend.

  • Syn. Rub. Germ. 1877: 76.

    Type (Weber 2000): R. pseudo-idaeus P.-J. Müller (= R. nessensis Hall).

    Synon.: Serie Nessenses Weber 2000 (nom. superfl.)

    Uitgesproken rechtopstaande planten met kegel- of priemvormige stekels; bloeiwijze trosvormig; vrucht donkerrood; vroeg bloeiend. Deze serie staat het dichtst bij Rubus idaeus. Met name R. ammobius vertoont deze verwantschap door de op die van de Framboos lijkende beharing van zijn vruchten.

    Kenmerkende soort: R. nessensis.

    Weber 2000 beschouwt de naam Suberecti als illegitiem omdat de auteur van het basionym, P.J. Mueller, R. plicatus Weihe & Nees insluit, die als identiek met R. fruticosus L., de typesoort van het genus wordt opgevat, waarom de naam van de serie Rubus zou moeten zijn. Mueller noemt echter zelf R. fruticosus L. niet. De identificatie van beide soorten is dus een taxonomische beslissing van andere auteurs en heeft geen invloed op de nomenclatorische legitimiteit van het epitheton. Dat zou zelfs niet het geval zijn geweest als Mueller zelf R. fruticosus L. onder zijn Suberecti had vermeld, omdat R. fruticosus pas veel later als het type van het genus Rubus is aangewezen.

    Aantal soorten:
    3
  • Serie Canadenses (L.H.Bailey) A. Berger, New York Agric. Exp. Sta. Bull. 1925 (2): 69.
    Type: R. canadensis L.

    Sectie Canadenses L.H.Bailey, Gentes Herbarum 1: 180 (1923).

    Rechtopstaande bladloot met fijne zwakke stekels of onbestekeld; bladeren met zeer lang uitgetrokken spits; meeldraden na de bloei wijd uiteen staand; bloeiwijze trosvormig, onbeklierd.

    Aantal soorten:
    1
  • Serie Alleghenienses (L.H.Bailey) A.Berger, New York Agric. Exp. Sta. Bull. 1925 (2): 72.
    Type: Rubus allegheniensis Porter

    Sectie Alleghenienses L.H.Bailey, Gentes Herbarum 1: 183 (1923). Vgl. V 1944

    Rechtopstaande bladloten met stevige stekels; meeldraden na de bloei wijd uiteen staand; bloeiwijze trosvormig, rijk beklierd.

    Aantal soorten:
    3
  • Kenmerkende soort: R. plicatus Weihe & Nees

    Bladloot niet of nauwelijks vertakt, geheel kaal, meestal rechtopstaand; kelkslippen vrijwel steeds groen met scherp afgezette witte rand.

    Aantal soorten:
    7
  • Bromb. Geldr. Distriktes 20 (1974).(Focke 1914: 104 ad interim: 103). Type (Van de Beek 1974): R. affinis Weihe & Nees

    Kenmerkende soort: R. vigorosus

    Bladloot in de herfst vaak overhangend, soms iets behaard; bloeiwijze samengesteld, meestal sterk bestekeld; kelkslippen vaak iets grijsachtig. Vormt de overgang tussen de series Rubus en Hayneani.

    Aantal soorten:
    9
  • Puntbraam. Series Arguti (L.H.Bailey) A. Berger, New York Agric. Exp.
    Sta. Bull. 1925 (2): 76.

     Rechtopstaande bladloot. Stekels afgeplat. Bloeiwijze trosvormig, klierloos. Meeldraden na de bloei uitstaand.

    Verschilt van de serie Alleghenienses door de klierloze bloeiwijzen.

    Aantal soorten:
    1